Wat is genade en wat werkt het uit?

 

In het Hebreeuws  zijn er drie betekenissen: gunst (chèn), behulpzame daad op grond van wederzijdse verbondenheid (chèsed) en erbarmen (rachamim).

Het Griekse “charis” heeft de betekenis van: verheugen, iets dat metterdaad vreugde verschaft.

Zoals schoonheid, innemendheid, lieflijkheid, genade, aangename woorden van genade, welgevallen, gunst, dank, dankbaarheid, liefdebetoon, genadegave en gunstbewijs.

 

“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme” (Efeze 2:8-9)

 

De Heere God is de God van alle genade (1 Petr 5:10)

De Heere Jezus is vol van genade en Waarheid  (Joh 1:14,17)

De Heilige Geest is de Geest van genade (Hebr 10:29)

Het Woord is het Woord van Zijn genade (Hand 14:3, 20:32)

 

Hoe ontvangen wij genade en wat is onze roeping daarin?

  • Door te bidden om Zijn genade (Deut 3:23)

  • In Gods ogen genade vinden (Gen 6:8)

  • De Heere geeft genade (Ps 84:12, Dan 1:9)

  • DE HEERE giet de Geest der genade en der gebeden uit (Zach 12:10)

  • Uit de volheid van de Heere Jezus ontvangen wij genade op genade (Joh 1:16)

  • Genade is een geschenk (Rom 12:3)

  • Door de Heere Jezus ontvangen wij overvloedig genade (Rom 5:17)

  • Door Hem verkrijgen wij toegang tot deze genade (Rom 5:2)

  • Genade van God verblijdt (Hand 11:23)

  • Blijven bij de genade van God (Hand 13:43)

  • Door Gods genade tot nut zijn voor anderen die geloven (Hand 18:27)

  • Door Zijn genade worden wij om niet gerechtvaardigd (Rom 3:24)

  • De Heere overvloedig dankzeggen voor Zijn genade (2 Kor 4:15)

  • God is bij machte om alle genade overvloedig in ons te schenken (2 Kor 9:8)

  • Gods overtreffende genade leidt tot vrijgevigheid aan de armen (2 Kor 9:14)

  • Door Zijn genade zijn wij zalig geworden (Ef 2:5,8)

  • Erop toezien dat niemand in de genade van God verachtert (Hebr 12:15)

  • De gelovige moet zijn hoop volkomen vestigen op de genade van Jezus Christus (1 Petr 1:13)

  • God geeft de nederigen genade (1 Petr 5:5)

                                                                                                                                                      terug