De Schepping

Wij geloven dat God de hemel en de aarde geschapen heeft zoals het in Genesis 1 staat beschreven.

 

De schepping van de mens.

Het Oude Testament

Het is van belang te onderkennen dat het Hebreeuws verschillende woorden heeft voor mannelijk en vrouwelijk, man en vrouw. De Heere God schiep de mens, naar Zijn beeld: mannelijk en vrouwelijk. (Gen. 1:27 en 5:1) Het Hebreeuwse woord voor mannelijk is “zakar”, voor vrouwelijk  is dat “uneqeba”. Dit betekent dat ze ieder een eigen identiteit hebben. Ze zijn onderscheiden (biologisch, geestelijk en emotioneel), maar vullen elkaar aan.

Daarnaast wordt in Gen. 2:24 de woorden man (ish) en vrouw (isha) gebruikt. Dat heeft te maken met vers 23 waar Adam haar “manninne” noemt, omdat zij uit de zijde (rib) van de man genomen is. Het Hebreeuwse “ish” is een volwassen man ,“isha” een volwassen vrouw. Maar dan in de zin van echtgenoot en echtgenote. Naar Bijbelse huwelijk

 

Het Nieuwe Testament

In het Evangelie van Mattheüs en Marcus  komen de woorden mannelijk en vrouwelijk  terug. Het Grieks heeft voor mannelijk “arsen” en voor vrouwelijk “thelu”. In Matth. 19:4 zegt de Heere Jezus dat “Hij die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk (arsen) en vrouwelijk (thelu) gemaakt heeft”. De Heere Jezus volgt de Thora en wijst allereerst op de mannelijke en vrouwelijke identiteit. Vervolgens wijst Hij in Matth. 19:5 op de relatie binnen het huwelijk als echtgenoot en echtgenote: “daarom zal een mens/man (anthropos) zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw (gunaiki) hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn” (vgl. Marc. 10:6).

In de Romeinenbrief wijst de apostel Paulus eveneens op de mannelijke (arsen) en vrouwelijke (thelu) identiteit (Rom. 1:26-27).